Gedachtegoed

Dilemma's mogen wringen.

Geen goeroes, geen managementtoneel. Wel het soort vragen waar bestuurders 's nachts wakker van liggen — en de taal om ze te ontleden.

Dilemma 01

De loyale mededeling

U weet dat een besluit van uw bestuur slecht valt bij de mensen die het moeten uitvoeren. U bent het er zelf niet mee eens, maar u hebt getekend.

Wat doet u?

Dilemma 02

De informatie die u niet had

Als toezichthouder hoort u via de wandelgangen iets wat niet in de stukken staat. De bestuurder heeft het niet gemeld.

Wat doet u?

Essays

Vier vermogens, vier stukken

01

Oordeelsvermogen

U hoeft niet overal een antwoord op te hebben

Maar u moet wel weten waarop u uw besluit baseert. Over het verschil tussen twijfel en willekeur, en waarom het expliciteren van uw afweging u sterker maakt in plaats van kwetsbaarder.

02

Positie

Leiderschap wordt zichtbaar als belangen botsen

Zolang iedereen het eens is, weet niemand waar u staat. Over grenzen, rolvastheid en het moment waarop u een prijs betaalt voor uw keuze.

03

Invloed

Gezag zonder formele macht

Waarom mensen u volgen als dat niet hoeft. Over vertrouwen dat traag groeit, snel verdwijnt en zelden terugkomt door harder praten.

04

Handelingskracht

Draag wat u besluit

Verantwoordelijkheid stopt niet bij het besluit. Over de nazorg van een keuze en waarom het uitleggen ervan onderdeel is van het werk.

Tone of voice

Schrijven zoals een goede bestuurder spreekt: helder, precies, zonder opsmuk.

Wel

“Je hoeft niet overal een antwoord op te hebben. Je moet wel weten waarop je je besluit baseert.”

“Leiderschap wordt zichtbaar als belangen botsen.”

“In deze leergang werk je met het dilemma dat nu op jouw bureau ligt.”

Niet

“Ontgrendel jouw volledige leiderschapspotentieel.”

“Ga op een transformerende reis naar de beste versie van jezelf.”

“Impactvolle tools waarmee jij next-level leiderschap realiseert.”

  1. 1Eén gedachte per alinea. Niet hakken in slogans, maar ook geen consultancybrij.
  2. 2Concrete woorden. Besluiten, belangen, rol, keuze, gedrag, gesprek.
  3. 3Geen statusclaim zonder bewijs. Laat faculty, deelnemers en inhoud het werk doen.

Van dilemma naar programma.

Elk MANDAAT-programma werkt met het vraagstuk dat nu op uw bureau ligt.

Bekijk de programma's